Saturday, September 24, 2005

Tomorrow is another day

across the desert to Obock

Donderdagmorgen stond Medhane al vroeg aan onze ontbijttafel.We wilden
om 8 uur vertrekken.Dat lukte niet helemaal.Er moest nog een band
geplakt worden, nog wat spullen opgehaald worden en nog wat
medepassagiers geronseld worden. Maar om 9.30 was het dan zo
ver. Afscheid genomen van Medhane en op weg naar Djibouti.Genoeg water
en cola mee. Ik had uitgerekend dat we die avond zo rond een uur of
zeven in Djibouti zouden zijn.
De tocht ging voornamelijk langs de Rode Zeekust en was erg heet en
droog. Ondertussen hadden we zo'n vier medepassagiers in de laadbak van
de Toyota 4 wheeldrive. Bij de eerste controlepost ging het al mis met
ons papier, iemand met een hogere rang moest er bij komen en dat duurde
natuurlijk even een tijdje.De tweede opstakel was water: een of ander
stuwmeer werd geleegd en daardoor stroomde het water over de brug.Het
zag er gevaarlijk uit. De chauffeur wilde wachten tot dat de
stroom minder werd. Ondertussen gingen we onder een boom zitten te
wachten.Toen ik een oude man met een stok aan zag komen lopen, zei
ik: 'daar heb je Musa (Mozes), die kan ons vast wel helpen door op het
water te gaan slaan.' De grap viel in goede aarde. Maar de redding kwam
niet van de oude man maar van het feit dat er van de andere kant een
auto er wel door durfde te rijden.Toen gingen wij ook.
Onderweg stopten we een aantal keren in kleine dorpjes met ronde
hutten. Ze boden ons een soort van palmwijn aan.Het was 10 procent
alcohol en smaakte alsof je al gekotst had.Gelukkig kregen we toen
ranja. Afentoe stapte één van onze passagiers uit en afentoe stopten we
om een baal meel of suiker af te leveren. Bij de grenspost van Eritrea
hadden we nog één meneer (Ali) over maar hij werd weldra aangevuld met
een tiental geiten en net over de grens met nog drie vrouwen.
De tocht ging erg langzaam. Aan de grens werd ons verteld dat de
havenstad Obock nog zo'n twee uur rijden was en dat de snelle boot naar Djibouti er een uurtje over deed. Dus mij berekeningen klopten aardig.
De grens van Djibouti bereikten we tegen vieren en onze reis ging
steeds langzamer. Charles merkte al op dat we in Obock moesten
overnachten; hij kreeg gelijk. Ondertussen werd het donker en rond een
uur of acht waren we in Obock. Te laat om nog een boot te vinden. Ik was
wat pissig omdat er weer geen duidelijkeid was gegeven.We sliepen bij
een familie die zo aardig was om voor ons spaghetti te koken. In eerste
instantie moesten we buiten slapen maar later werd ons verteld dat we
een kamer konden delen. In de kamer stond een fonkelnieuwe tv en met
een groepje van zo'n 8 personen konden we gezellig naar een Amerikaanse
film kijken. Toen Charles en ik in slaapvielen, werden de buurkinderen
weggestuurd en bleef de rest kijken en slapen.
De volgende ochtend vroeg op en na de thee richting haven. Onze
chauffeur vond ons al snel een boot en samen met Ali en zijn geit
waren we een uurtje later in Djibouti-stad.
Een hotel gezocht en al gauw bleek dat er vele hotelgasten en personeel uit
Somaliland kwamen of uit Somalië. Charles was dichter bij zijn
geboorteland dan ooit. Toen we met een aantal jonge Somaliërs zaten te
praten bleek één zelfs uit Groningen te komen: de wereld is klein.
Djibouti-stad is dé plek om alles te regelen en we hopen danook dat we
volgende week richting Somaliland kunnen reizen. De contacten en gidsen
hebben we al, nu nog een visum (of te wel eerst een gesprek met de
consul) en vervoer.
Ach en als het vandaag niet lukt: 'Tomorrow is another day' niet
waar!

Labels: ,

0 Comments:

Post a Comment

<< Home

Locations of visitors to this page